De dood loopt als een rode draad door de verpleegkundigeloopbaan van Clemens Ruland. Al jong werd hij geconfronteerd met situaties waarin hij zich machteloos voelde. “Op mijn achttiende werkte ik in een instelling voor zwakzinnigen, toen een man van tweeënvijftig in mijn armen overleed. Hij verslikte zich in een hap gemalen macaroni en ging dood in verzet tegen zijn leefomstandigheden, zo voelde ik dat. Het maakte diepe indruk op mij dat ik er niet voor hem kon zijn.”
Dezelfde machteloosheid voelde Clemens toen hij in de jaren negentig op de aidsafdeling bij een ziekenhuis werkte. “Er was nog geen behandeling, patiënten vielen bij bosjes om, op een onwaardige manier. Degenen die actief hun lijden wilden stoppen, waren aangewezen op de illegaliteit. Zoiets gun je niemand, maar wat kon ik doen?”
Die ervaringen maakten diepe indruk en vormden uiteindelijk zijn geloof in het recht op zelfbeschikking. Toen Clemens jaren later een documentaire zag over het expertisecentrum, wist hij direct dat hij er wilde werken. In 2016 begon hij als ambulant verpleegkundige. De eerste patiënt bij wie hij betrokken was bij de euthanasie, zal hij nooit vergeten. “Het was een oudere vrouw die verdronk in haar vocht, ze wilde en kon niet meer verder leven. Dankzij onze hulp is ze waardig overleden.
In mijn vierenveertig jaar in de zorg is dit de meest bevredigende baan die ik heb gehad, hoe gek dat misschien ook klinkt. Mensen zijn zo dankbaar dat ze gehoord en gezien worden.” Clemens raakte betrokken bij steeds complexere euthanasieverzoeken, zoals bij dementie, psychisch lijden of ingewikkelde familiesituaties. “Een meneer, erg moeilijk in de omgang, was vastbesloten zijn kind buiten zijn euthanasietraject te houden, terwijl het doorgaans wenselijk is naasten bij het traject te betrekken en hun ruimte te geven om vragen te stellen. Het is een van onze taken om een patiënt daarvan bewust te maken en bij deze meneer leidde het er zelfs toe dat hij goed afscheid heeft kunnen nemen van zijn kind.” Dan blijkt hoe belangrijk ervaring, kennis en begeleiding zijn, aldus Clemens. “Het gaat niet alleen om de medische kant. Je moet ook begrijpen wie iemand is, hoe diens leven eruit heeft gezien en wat het lijden voor die persoon betekent.”
‘Ik merk dat artsen én patiënten behoefte hebben aan laagdrempelige gesprekken over de wet, procedures en mogelijkheden.’
Bij Expertisecentrum Euthanasie kunnen medewerkers altijd op collega’s terugvallen. Artsen en verpleegkundigen werken in duo’s en beschikken over gespecialiseerde kennis binnen de organisatie. Voor huisartsen ligt dat anders. “Zij hebben de luxe van ruggespraak niet. Een huisarts begeleidt een patiënt met een euthanasieverzoek vaak naast een drukke praktijk. Dan is het prettig als iemand kan meedenken. Niet omdat de huisarts niet deskundig is, maar omdat euthanasiezorg specifieke kennis en ervaring vraagt.” Daarom ondersteunt Clemens als consulent zorgverleners bij euthanasievraagstukken. Dat variëert van een korte telefonische vraag tot begeleiding van een volledig traject. “Vaak gaat het om praktische of inhoudelijke punten. Doe ik het goed? Zie ik iets over het hoofd? Hoe moet ik deze situatie beoordelen? Soms helpt het al als iemand even meekijkt of bevestigt dat je op de goede weg bent.” Ook kunnen consulenten een rol spelen bij het voeren van gesprekken met patiënten en hun naasten. “Huisartsen zijn het niet altijd gewend om de verschillende dimensies van het lijden in kaart te brengen. Wat is iemand kwijtgeraakt? Hoe ziet diegene de toekomst? Dat zijn vragen die helpen om een verzoek in de context van iemands leven te begrijpen.”
Zorgverleners weten de consulenten euthanasie steeds beter te vinden. Patiënten plukken hier de vruchten van. Clemens: “Voor patiënten is hun huisarts een vertrouwd gezicht, zij hebben een band van jaren opgebouwd. Daarom worden zij het liefst binnen die behandelrelatie geholpen.” Een consulent kan patiënten helpen om goed geïnformeerde keuzes te maken. “Ik merk dat artsen én patiënten behoefte hebben aan laagdrempelige gesprekken over de wet, de procedures en de mogelijkheden. Daardoor voelen mensen zich beter geïnformeerd en kunnen zij realistischere keuzes maken.” Niet iedere vraag om euthanasie leidt tot euthanasie. Soms ontstaat tijdens de gesprekken meer duidelijkheid over andere mogelijkheden, vertelt Clemens: “Onlangs koos een oncologische patiënt na uitgebreid onderzoek en overleg uiteindelijk voor palliatieve sedatie. Onze gesprekken helpen mensen hun opties te onderzoeken en regie te voeren met de juiste informatie.”
In de praktijk merkte Clemens dat sommige huisartsen, gezondheidscentra en GGZ-instellingen steeds opnieuw contact opnamen. Zo ‘rolde’ hij als vanzelf in de rol van vaste consulent, een aanbod van het expertisecentrum dat in ontwikkeling is. “Onze ervaren artsen en verpleegkundigen worden als vast aanspreekpunt voor euthanasiezorg aan een zorgorganisatie verbonden. Dat verlaagt de drempel om ons te raadplegen enorm. Want als je elkaar kent, stel je gemakkelijker een vraag. Je hoeft niet steeds opnieuw uit te leggen wie je bent of in welke context je werkt.” De kracht van het vaste consulentschap zit volgens Clemens in continuïteit, vertrouwen en bereikbaarheid. Daardoor ontstaat een gezamenlijke taal en wordt euthanasiezorg beter ingebed binnen de zorginstelling.
De grootste winst is er voor de patiënt, die profiteert van beter geïnformeerde zorgverleners, zorgvuldige begeleiding en de mogelijkheid om binnen de vertrouwde behandelrelatie met de eigen arts te blijven. Precies volgens de ambitie van Clemens: “Ons werk draait om menswaardigheid en zorg die aansluit bij wat iemand nodig heeft. Een vaste consulent helpt om die zorg dichterbij te brengen. Samen kunnen we er nog beter voor de patiënt zijn.”
‘Een steun voor de patiënt én voor mij.’
“Ik ben blij met de korte lijnen met Expertisecentrum Euthanasie, in mijn geval met Clemens, die als vaste consulent aan ons centrum verbonden is. Komt er een verzoek, dan is het erg fijn dat Clemens met zijn specifieke ervaring met me mee kan kijken als ik er gemengde gevoelens bij heb of de situatie complex is.”
“Ik herinner me een hoogbejaarde dame met voltooid levenproblematiek. Haar euthanasieverzoek was een brug te ver voor mij; ik kon het wel invoelen, maar vond het niet voldoen aan de zorgvuldigheidscriteria en aan mijn eigen ethiek. Clemens ging met me mee op huisbezoek en bracht veel gesprekservaring mee. Ik vond het heel lastig dat ik nee moest zeggen tegen de mevrouw en daarbij trouw te blijven aan mijn eigen gevoel. Maar het lukte Clemens om een nieuwe ingang bij haar te vinden en ook om andere opties onder de aandacht te brengen. Dat was steunend voor mij en vooral steunend voor de patiënt: zij werd gezien en gehoord en voelde zich alsnog geholpen. Uiteindelijk heeft ze er voor gekozen om te stoppen met eten en drinken.”
“Het valt me op dat weinig mensen lijken te beseffen hoe zwaar euthanasieverzoeken kunnen drukken op een huisarts, zowel mentaal als in de uitvoering. Dan is het fijn om in de drukte van alledag te kunnen sparren met Clemens en mijn gedachten en gevoelens te ordenen. Ik heb al diverse collega’s naar hem verwezen met patiënten bij wie lichamelijke en mentale problemen door elkaar lopen, zoals bij een combinatie van de ziekte van Parkinson en depressie. Met die complexe euthanasieverzoeken kan Clemens, die ook een achtergrond heeft als sociaal psychiatrisch verpleegkundige, bij uitstek goed uit de voeten.”
Om terug te gaan naar de nieuwsbrief, klik hier.
Geplaatst op Fotografie: Maartje Geels. Tekst: Teus lebbing © Expertisecentrum Euthanasie.